Zweefvliegen voor dummies

Zweefvliegen zijn pracht beesten. Het zijn de acrobaten onder de insecten. En ze zijn slim. Door stekende insecten te immiteren voorkomen ze prooi te worden van hun natuurlijke vijanden.

Eenvoudige groep

Zweefvliegen vormen een overzichtelijke groep (nog geen 300 soorten), steken of bijten niet en zijn redelijk eenvoudig op naam te brengen. Er zijn geen wettelijk beschermde soorten.

Techniek

Vang de zweefvliegen met een snelle slag. Er achteraan jagen heeft geen zin. Dat kost je nutteloos veel energie.

Materiaal

Maak een vangnet van een oud badminton-racket. Haal hiervoor fijnmazige vitrage en maak daar een net van. Het net moet twee keer zo lang zijn als het racket breed. Naai het net om het racket heen (nadat je de bespanning hebt verwijderd).

Plaats en tijd

Je vind zweefvliegen op veel verschillende plaatsen. Begin te zoeken op bloemen. Vooral schermbloemigen worden veel bezocht. Zweefvliegen zijn actief in de maanden april tot september (op enige buitenbeentjes na) en dan vooral als de zon schijnt.

Herkennen

Hij lijkt soms op een bij of wesp-achtige, maar heeft bijna altijd antennes die korter zijn dan de kop. Dat in tegenstelling tot de angeldragende insecten. Daarbij heeft de zweefvlieg een zuigsnuit en geen steeksnuit. Volkomen veilig dus. Verder heeft hij zes poten (het is tenslotte een insect) en twee vleugels. Hommels, bijen en wespen hebben vier vleugels, waarvan je er twee moeilijk kunt zien.

Handzaam

Om een zweefvlieg op naam te brengen moet je hem vastpakken. Pak de zweefvlieg voorzichtig uit je net en houd hem vast bij tenminste drie poten. Bij een vleugel kan bij de grotere zweefvliegen ook, mits je hem bij vleugelbasis pakt. Kwestie van oefen.

Naamgeving

Veel zweefvliegen hebben geen Nederlandse naam. Een paar jaar geleden zijn er voor de algemene soorten Nederlandse namen bedacht. Deze zijn nog niet algemeen geaccepteerd. Wen dus snel aan de latijnse namen. Voordeel daarvan is dan elke familie een familienaam heeft. Voor het op naam brengen heb je een loep (10 of 20x) en een zweefvliegentabel nodig.

Papierwerk

De Jeugdbondsuitgeverij verkoopt er een (de jeugdbondstabel) waar de meeste soorten in staan (www.jnm.nl). De KNNV heeft ooit het uitgebreidere zweefvliegenboek uitgegeven (Volkert van der Goot, 1986). In 1989 heeft de KNNV samen met de jeugdbondsuitgeverij een boekje uitgegeven met een serie foto's van zweefvliegen. Het is een handig hulpmiddel voor starters. Het is geen volledig werk, maar geeft een goed beeld van de uiterlijke variatie van de groep. Onlangs heeft de Nederlandse Jeugdbond voor Natuurstudie een eenvoudige zoekkaart zweefvliegen uitgegeven. Hierop staan de meest algemene soorten met een zoeksleutel afgebeeld. De kans is groot dat je een zweefvlieg vangt die er niet op staat…

De zweefvliegentabel

De jeugdbondstabel is de meest handzame. Die van de KNNV is voor gevorderden. Vooral de grotere beesten zijn goed op naam te brengen. Het is even stoeien in het eerste deel van de tabel (sleuteltabel) met de dwarsader in de adering van de vleugels. Maar daar kom je wel uit. Kleine zweefvliegjes geven soms problemen, maar die kun je ook eerst laten gaan.

Bijvangst

Als je regelmatig op jacht gaat naar zweefvliegen kom je allerlei andere tweevleugelige insecten tegen. Leuke groepen zijn bijvoorbeeld de wolzwevers, blaaskopvliegen, roofvliegen en dazen. Voor al deze groepen heeft de Jeugdbondsuitgeverij tabellen.

Alje Zandt - 2001