Insekten, wanneer zij ze actief?

1 wants 2 kever 3 vlinder 4 hommel 5 mier 6 libel 7 mug 8 sprinkhaan Als je op excursie gaat om insekten te vangen denk je meestal beter na over waar je dat doet, dan waneer. Dat hangt er bijvoorbeeld af van hoe vroeg je opstaat of hoe ver het fietsen is. Toch heeft het moment van de dag invloed op de soorten die je vangt en in welke mate. Je kunt daar achter komen door eens een hele dag op dezelfde plek te blijven. Neem dan ieder uur, of ieder half uur, een steekproef: schrijf alle soorten op die je zo herkent, en vang vervolgens zoveel mogelijk, schrijf de soorten die je nu herkent weer op, maar stop de soorten die je eerst moet determineren even in een potje (zorg dus dat je veel potjes bij je hebt). Hou pas op met vangen als je denkt geen nieuwe soorten meer te kunnen vangen. Determineer nu de soorten die je bewaart hebt. Noteer alle soorten, en van iedere soort hoeveel exemplaren je denkt dat er zit. Noteer daarnaast steeds het weer: hoe warm, bewolkt, nat en winderig is het? Als je dit een hele dag volhoudt krijg je een indruk welke soorten op welk moment van de dag het meest actief zijn. Als het weer in de loop van de dag verandert zul je echter zien dat dat ook zijn invloed heeft. Je hoeft natuurlijk niet alle insekten te vangen, je kunt ook kiezen voor een bepaalde groep. Vlinders, libellen, zweefvliegen of waterinsekten bijvoorbeeld. Ben je niet zo ervaren met het determineren van insekten, dan kun je je beperken tot het noteren van de aantallen per groep, hanteer dan bijvoorbeeld de volgende indeling: libellen, sprinkhanen en krekels, wantsen , kevers, vlinders, vliesvleugelen (bijen, wespen en hommels), vliegen en muggen, overige gevleugelde insekten en overige ongevleugelde insekten.
 
 
benodigdheden