De Wintervlinder is, de naam zegt het al, in de winter actief, met een vliegtijd van oktober tot maart. Het is een spannertje, waarvan het mannetje een spanwijdte heeft van ongeveer 2,5 centimeter. De groenige rupsen leven in de zomer, op loofhout, met name vruchtbomen. De vrouwtjes vind je daar ook. Ze hebben slechts vleugelstompjes en kunnen dus niet vliegen. Daardoor zijn ze ook niet zo makkelijk als vlinder te herkennen.
In de winter is het dus niet onmogelijk om aan insekten te doen. Ga eens op zoek naar deze Wintervlinder. Je maakt de meeste kans in de buurt van hoogstamfruitbomen. Loopkevers zijn in de winter op hun overwinteringsplaatsen te vinden. Kijk maar eens achter de losse schors van knotwilgen en de schors van dode boomstammen. Andere kevers vind je onder stenen op de grond. Leg de stenen netjes terug zodat de overwinteringsplaats niet verloren gaat. Overwinterende vlinders hangen aan de hanenbalken van boeren-schuren. Tenslotte kun je ook in de bodem, met name in de strooisel- en de humuslaag goed terecht voor overwinterende larven en adulten van verschillende insekten. Bovendien kom je zo nog eens andere, mooie ongewervelden tegen, zoals spinnen, miljoenpoten en pissebedden. Instrukties voor het zoeken en determineren van bodemdieren vind je hier.