De bodem
Nog leuker dan het bekijken van een bodemkaart is het bekijken van de bodem
zelf. De bovenste meter van de bodem geeft een leuk stuk landschapsgeschiedenis
weer. Onderop vindt je het zogenaamde moedermateriaal, daarboven een aantal
anders gevormde en gekleurde lagen waar de levende natuur en menselijk ingrijpen
hun sporen hebben nagelaten. De bodem kun je het makkelijkst bekijken waar deze
aan de oppervlakte komt: slootkanten, beekoevers, afgravingen. Wil je hiervan
gebruik maken neem dan een spade mee op excursie. Met de spade probeer je dan
een loodrecht stukje wand te maken, zodat hier de bodem ongeschonden aan het
licht komt. Wil je niet afhankelijk zijn van dit soort plaatsen, dan zul je
moeten boren, met een grondboor.
Het gebruik van een grondboor gaat als volgt:
- zet de boor loodrecht op de grond, en houdt hem tijdens het boren ook recht
- draai de boor krachtig met de klok mee de grond in, tot de boorkop in de
grond verdwenen is
- trek de boor zonder te draaien weer de grond uit (ga door je knieën en houdt
je rug recht)
- druk de grond met beide duimen uit de boorkop, dat levert vieze handen en
de eerste 20 cm. bodem op
- steek de boor weer in het gat en draai 'm tien centimeter verder de grond
in (op een goede boor staat een decimeterverdeling, breng die anders zelf
aan) en trek 'm weer terug
- van de twintig centimer grond die je nu boven haalt, leg je de onderste
10 cm naast het eerste (de bovenste 10 cm gooi je weg, dit is omlaaggevallen
grond)
- haal zo nog een aantal monsters uit de grond en leg van ieder monster de
onderste 10 cm naast het vorige
- ga door tot op 80-100 cm diepte, buiten veengebieden verandert er daaronder
weinig meer