De bodem nader bekeken
Grofweg kun je vijf soorten bodems tegenkomen
- veengronden met een laag van minstens veertig cm veen
- vaaggronden zand- of kleigrond met een dun, donker bovenste laagje, verder
zijn er geen duidelijke lagen te zien; dat is allemaal 'moedermateriaal',
de bodemvorming moet hier nog beginnen
- eerdgronden gronden met onder de strooisellaag een dikke, humusrijke (donkere)
laag, van minstens 15 cm dik (de eerdlaag), de grond is daaronder lichter
en gaat geleidelijk over in het moedermateriaal
- podzolgronden onder een dunne humusrijke laag, ligt een dikke, lichtgekleurde
laag waar de humus is uitgespoeld, daaronder een donkerder en steviger laag,
ontstaan door het inspoelen van de humus, tenslotte weer een lichtere laag
van het moedermateriaal
- brikgronden hier heeft uitspoeling van kleideeltjes en ijzer plaatsgevonden;
de inspoelingslaag is daardoor heel stevig en compact geworden, in tegenstelling
tot de uitspoelingslaag erboven en het moedermateriaal eronder (dit is in
Nederland typisch voor het lössgebied in Limburg)
Binnen deze gronden heb je natuurlijk nog variaties en soms vind je in veen
een laag zand, in zand een laag klei of in klei een laag veen, maar daar kom
je vanzelf wel achter.